home | fotoalbum | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Mag ik je kaartje? punt.nl

 

Internetstalking
Internet/Website | 18 Augustus 2007 | 12:12:19
Internetstalking of (cyberstaking) is een vrij nieuw fenomeen dat steeds vaker voorkomt. Er zijn immers steeds meer mensen die (intensief) internet gebruiken. De dader waant zich vaak anoniem en als hij daar zijn best voor doet, is het voor het slachtoffer inderdaad heel moeilijk om te achterhalen wie hem dit aandoet. Cyberstalking kan gaan om vervelende mails, het verspreiden van foto’s en belastende postings. Maar soms wordt er zelfs in een computer ingebroken en worden wachtwoorden achterhaald; dan kan de dader zich voor het slachtoffer uitgeven en hem zo in grote problemen brengen. Internetstalking is strafbaar, maar helaas is vervolging vaak (nog) lastig omdat politiële en juridische instellingen er nog onvoldoende ervaring mee hebben. Als je iets dergelijks overkomt is het van belang alle bewijzen te verzamelen en er melding van te maken of er aangifte van te doen. En pas op met het pas en te onpas achterlaten van persoonlijke gegevens op internet: het is immers een openbaar medium waar iedereen toegang tot heeft!
 
Het kan je zomaar gebeuren: je wordt opeens gestalkt. In bijna de helft van de gevallen begint het met een verbroken relatie: een afgewezen liefde haalt zijn gram. Maar een onnozele verkoop van een blender op eBay kan hetzelfde effect hebben... Het overkwam Anne (29). ‘Vorige week had mijn baas een sollicitatiegesprek met een mogelijk nieuwe werknemer. Tussen neus en lippen door vertelde hij ons dat hij de sollicitant natuurlijk eerst even had gegoogeld voor wat achtergrondinformatie. Mijn hart sprong bijna uit mijn borstkas. Ik realiseerde me wat een geluk ik had gehad dat alle alarmerende zoeklinks naar mij al verwijderd waren toen ik daar kwam werken. Anders had die gek het niet alleen voor elkaar gekregen dat ik mijn leuke managementfunctie was kwijtgeraakt, maar óók dat ik niets anders had kunnen vinden! Weer voelde ik die verstikkende onmacht. Onmacht die me eerst verdrietig maar nu vooral woedend maakt. Vroeger dacht ik dat stalken iets was dat alleen beroemdheden overkwam. Of iemand met een gestoorde ex. Maar er kan ook zomaar een onbekende opduiken die jouw leven gaat verzieken. En hoe bedreigend dat is, dat weet je pas wanneer je het zelf meemaakt.

Een half jaar geleden had ik iets te koop gezet op eBay: een splinternieuwe blender, die ik dubbel had. Het was nota bene de allereerste keer dat ik iets op internet te koop aanbood. Uiteindelijk verkocht ik de blender aan een vrouw uit Friesland, Linda, voor 35 euro. Zodra ik haar geld binnen had, heb ik het apparaat ingepakt en naar het postkantoor gebracht. Een paar dagen later mailde Linda me dat ze het pakket niet had ontvangen. Vreemd, maar ik heb vroeger zelf bij de post gewerkt en weet dat sommige pakketjes wel eens wat langer rondzwerven. Maar toen Linda, weer een paar dagen later, op nare toon liet weten dat het er nog steeds niet was, ben ik met mijn verzendbewijs op internet gaan kijken wat de status van het pakje was. Daar zag ik dat het gewoon was uitgereikt. Aan wie, dat wist ik natuurlijk niet – aan Linda zelf, haar huishoudelijke hulp of een buurvrouw? – maar het was dus op het juiste adres aangekomen. Dus ík had mijn taak gedaan, nietwaar? Linda werd woest toen ik haar dat mailde. Als ik niet snel het geld zou teruggeven, zou ze aangifte van oplichting doen, dreigde ze. Ik haalde mijn schouders erover op en blokkeerde haar e-mailadres zodat ze me verder niet meer kon lastig vallen.

Eigenlijk was ik het hele akkefietje al vergeten toen ik een paar weken later via Hyves een bericht kreeg van ene Robert, die contact wilde omdat hij mij zocht wegens ‘grootschalige internetoplichting’. Ik vond het zo’n bizar mailtje dat ik er niet eens op inging. En waarom zou ik ook, het was immers afkomstig van iemand die ik helemaal niet kende! Tot ik de volgende dag werd gebeld door mijn leidinggevende. Of ik met spoed naar hem toe kon komen Er was namelijk naar mijn werk gebeld en gemaild over mij. Of ze wel wisten wat voor een onbetrouwbaar iemand ze eigenlijk in dienst hadden? Iemand die mensen veelvuldig oplichtte via internet en daar ook het computernetwerk van mijn werkgever voor gebruikte. Ik schrok me kapot. Dit moest wel iets met die blender te maken hebben! Maar hoe wisten ze eigenlijk waar ik werkte? Met hartkloppingen ben ik op mijn fiets gesprongen. In de directiekamer zaten ze me met zeven man sterk op te wachten. Ik werkte op dat moment bij een groot telecombedrijf en dit zou een groot schandaal kunnen betekenen. Zeven heren in pak, vijftigers, met strakke, serieuze gezichten: ik voelde me heel klein worden. Ze waren benaderd door Robert, die blijkbaar de vriend was van Linda. Uit zijn e-mail bleek dat hij van alles over mij had uitgezocht. Waar ik woonde, met wie ik getrouwd was, wat voor opleiding ik had, wie mijn vrienden en collega’s waren. Zelfs de naam van mijn twee katten wist hij te vertellen! In een flits besefte ik dat al die informatie her en der op internet te vinden is, op Hyves, op Schoolbank, maar ook op mijn eigen MSN Space. Nooit had ik erover nagedacht dat iemand daar wel eens misbruik van zou kunnen maken. Robert legde mij grootschalige oplichting ten laste, beweerde dat er nog veel meer gedupeerden waren en toonde aan dat er overal op internet zulke aantijgingen over mij te vinden waren. Ja, die had hij zelf gepost! Ik heb uitgelegd wat er was gebeurd, en dat dit werkelijk nergens op sloeg. Ik had het idee dat ze me wel geloofden, toch moest ik een uitgebreide schriftelijke verklaring tekenen. Helemaal van slag kwam ik thuis. Wat was dit voor iets afschuwelijks?

Op advies van mijn werkgever heb ik Robert de volgende dag opgebeld. Hoewel ik dus zeker wist dat het pakketje wél was uitgereikt, heb ik ermee ingestemd om het geld terug te geven. Ik wilde er gewoon vanaf; dit gedoe en getreiter was me die 35 euro absoluut niet waard. Robert beloofde dat hij me na ontvangst van het geld met rust zou laten, en dat hij alle belastende berichten van internet zou halen. Ik ben direct naar de bank gegaan om het geld contant te storten zodat hij het diezelfde dag nog zou hebben. Hoe eerder ik er vanaf zou zijn, hoe beter! Opgelucht fietste ik weer naar huis. Nu was het hopelijk over.

Het bleek helemaal niet over. ‘Vieze vuile stinkhoer,’ stond er boven het mailtje dat ik de volgende dag ontving. Het teruggeven van het geld interpreteerde deze Robert als het toegeven van mijn kwade intenties. ‘Onze wraak zal zoet zijn,’ meldde hij. Rillingen kreeg ik ervan. En inderdaad, in plaats van zijn valse beschuldigen van internet te halen, doken er nog veel meer berichten over mij op, op websites over internetfraude en –oplichting. Met mijn naam, achternaam, álles. Als je mij googelde zag je wel dertig links waarop mijn naam met oplichting in verband werd gebracht. Je schaamt je toch kapot! Gelukkig kun je bij Google schriftelijk melding doen van misbruik en ze verzoeken deze resultaten niet te tonen, maar het duurde even voordat ik daar achterkwam.

Nog erger was het dat Robert vrienden van mij begon te benaderen met leugens en laster. Vrienden die hij onder andere via Hyves en MSN Space heel gemakkelijk kon traceren. En hij mailde collega’s en ondergeschikten. Vooral dat laatste was rampzalig. Ik was een maand eerder gepromoveerd tot manager en gaf nu leiding aan veertig mensen. Dan behoor je een voorbeeldfunctie te hebben. Dit soort afschuwelijke roddels werkt natuurlijk niet in je voordeel. Wel drie keer per dag moest ik aan mensen uitleggen wat er speelde. Meestal reageerden ze goed, anderen zag je twijfelend kijken. Tja, waar rook is, is vuur, wordt toch vaak gedacht. Mijn vrienden reageerden gelukkig allemaal begripvol en troostend, zij wisten ook wel dat het de grootste onzin was dat ik de vriendin van deze man zou hebben opgelicht voor een miezerige 35 euro. Mijn echtgenoot en ik hebben samen een heel goed inkomen. Dus waarom zou ik dit in gódsnaam doen?

Slapeloze nachten had ik ervan. Nachten van woelen, piekeren. Hoe ver zou dit gaan? Als iemand je zo aan het belagen is, voel je je nergens meer veilig. Je denkt continu: what’s next? Je weet het niet, met zo’n mafkees. Ik werd met de dag somberder. Iedere dag kreeg ik wel weer de vraag: hoe zit dat met die Robert, of vreemde blikken van mijn collega’s. En ik maar uitleggen, verdedigen. En maar bang zijn wat hij nu weer zou uithalen. Werkelijk iedere leuke gebeurtenis wist hij te overschaduwen: zat ik lekker met vriendinnen in het Vondelpark, hoorde ik weer dat één van hen een mailtje had gekregen van Robert. Dan was meteen mijn dag verknald. Zelfs mijn man en ik groeiden wat uit elkaar omdat ik hem niet steeds wilde belasten met mijn zorgen, maar daardoor raakte ik wel erg in mezelf gekeerd. Gelukkig voelde hij dat aan en doorbrak die negatieve spiraal door mij continu een luisterend oor te bieden.

Op een gegeven moment was ik het zo zat dat ik naar de politie ben gestapt. Maar die wilden in eerste instantie niet eens mijn aangifte opnemen! Wat de overlast dan wel was van deze Robert, hij deed toch niet echt iets bedreigends? Kon ik het niet gewoon naast me neerleggen? Via een bevriende advocaat wist ik dat ze gewoonweg verplícht waren om mij aangifte te laten doen en toen ik met wetsartikelen begon te strooien, mocht ik toch mee naar een kantoortje. Maar na die aangifte heb ik nooit meer iets van ze gehoord.

Op mijn werk werd de situatie steeds meer gespannen. Want hoe je het ook wendt of keert, ik had wel de schijn tegen. En ook mijn directeur had veel overlast van de situatie, omdat al mijn collega’s zich telkens tot hem richtten na het zoveelste mailtje. De directie zei dat ze achter me stond, maar het voelde niet zo. Zo wilden ze overal kopieën van als bewijs, van de aangifte, maar ook van de meldingen van misbruik die ik aan websites stuurde. Dat kwetste me. Ik merkte het wantrouwen aan kleine dingen. Dat er plotseling geen vrije parkeerplek meer voor me was geregeld als ik ’s ochtends kwam aanrijden. Aan een denigrerende opmerking als: ‘Ga jij maar surfen op internet,’ als ze me ergens niet bij wilden hebben. En toen ik drie dagen ziek was geweest, las ik een e-mail waarin een nieuwe interim-manager werd aangekondigd. Ik zakte door de grond. Eigenlijk konden ze dit ook echt niet maken. Maar ik heb het niet op de spits willen drijven. In deze sfeer wilde ik niet langer werken, dus heb ik mijn ontslag ingediend. Weg managersbaan, weg topsalaris, weg toekomstperspectief.

Gelukkig vond ik snel een nieuwe baan. Een leuke baan, al verdien ik per maand duizend euro minder. Jammer, maar het is niet anders. Ik zat meer met de angst dat Robert het ook hier voor mij zou weten te vergallen. Daarom heb ik haast niemand verteld waar ik ging werken, zelfs goede vrienden niet. De wereld is klein en een verspreking is snel gemaakt. Zwetend ben ik mijn proeftijd doorgekomen. Nee, ik wilde het niet zelf op mijn werk aansnijden. Ook al geloven mensen je, er blijft toch iets hangen. En waarom zouden ze het risico nemen? Voor jou genoeg anderen. Het tij keerde toen ik in contact kwam met Stichting Criminaliteitsbestrijding. In tegenstelling tot de politie namen zij me wél serieus. Zij hebben meteen een aangetekende brief naar Robert gestuurd, waarin hij werd gesommeerd om al zijn aantijgingen van het net te verwijderen. En daarnaast zou alle materiele en immateriële schade op hem verhaald worden. Hoewel het in eerste instantie alleen maar averechts effect had – Robert pompte het internet meteen vol berichten over hoe schandalig het is wanneer je als slachtoffer wordt aangeklaagd – waren veel berichten kort daarna toch verdwenen. Ook zijn eigen site over mij ging de lucht uit. Opgelucht haalde ik adem. Maar nog geen week later begon hij opnieuw. Met teksten als: ‘Ik laat mij niet intimideren, deze oplichter zal boeten!’ Het is toch niet te geloven?

Kort geleden heb ik me opnieuw tot de politie gewend. Na vijf maanden ellende gaan ze er nu toch eindelijk werk van maken. Met vijftig mensen uit mijn omgeving heeft hij contact opgenomen, met vijftig! Het is duidelijk dat hij er de afgelopen maanden echt een dagtaak aan heeft gehad om mij dwars te zitten. Er is vast te stellen dat hij op sommige dagen wel zestien uur achter de computer moet hebben gezeten. Nu, ik laat het me niet langer weggevallen. Ik ben lang angstig en verdrietig geweest, nu voel ik vooral woede. Woede dat iemand dit zomaar doet en zomaar kan doen. Hij mag hier niet ongestraft mee wegkomen. Ik ben nu bezig met een strafrechtelijke procedure. Maar omdat dit erg lang duurt en de politie tot nu toe weinig heeft gedaan om mij te helpen, ben ik daarnaast een civiele procedure gestart. Stichting Criminaliteitsbestrijding steunt me hierin. Ik heb al het bewijsmateriaal verzameld voor een kort geding. Volgens mijn advocaat staan we ijzersterk. De maximumstraf die je hiervoor kunt krijgen is drie jaar. Wat mij betreft kan Robert zijn borst nat maken. Ooit nog eens iets digitaal verkopen? No way! En ik wil iedereen waarschuwen. Pas op met al te persoonlijke gegevens op internet, met overal maar je naam en e-mailadres achterlaten. Want mensen die kwaad willen kunnen alles over je uitzoeken. Dit soort van stalken schijnt steeds vaker voor te komen. En jij, jij kunt de volgende
zijn.’
 

Cyberstaking kun je melden bij Centraal Meldpunt Stop Stalking. Op deze site staan ook tips over hoe je de kans op stalking kunt verkleinen. Criminaliteitsbestrijding verleent steun aan mensen die het slachtoffer zijn van criminele activiteiten. Ook houdt zij zich bezig met de bevordering van de persoonlijke veiligheid van de burger in Nederland, vooral op het gebied van belaging, bedreiging, intimidatie, chantage, imagoschade, laster en smaad.

 

reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 187

Mag ik je kaartje?

Pas goed op wat je met je laatste Rolo doet!
Maatschappij/Nationaal | 17 Augustus 2007 | 15:03:59
Heb ik vrijheid van meningsuiting op mijn blog?
Vrijheid van meningsuiting is in Nederland een grondrecht. Er zitten wel grenzen aan dit recht. Racistische of discriminerende uitlatingen zijn bij wet verboden. En belediging, smaad of laster kunnen leiden tot een rechtszaak. Een bijzonder geval is geheimhouding. Wie op zijn werk een geheimhoudingsverklaring (non-disclosure agreement) tekent, geeft zijn recht van vrije meningsuiting op. In de sectie Legaal bloggen: Bloggen en het werk staat meer over de relatie tussen bloggen en het werk.
 
Artikel 261 | Sr, Boek 2, Titel 16   
1. Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt door telastlegging van bepaald feit met kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven wordt als schuldig aan smaad gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van derde categorie.
2. Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen verspreid openlijk tentoongesteld of aangeslagen of riften waarvan inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht wordt dader als schuldig aan smaadschrift gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste jaar of geldboete van derde categorie.
 
Hoe ver mag ik gaan met mijn "shock blog"?
Vrijheid van meningsuiting is er met name om ideeën en denkbeelden te verspreiden die schokken, kwetsen of verontrusten, zo vond het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Een journalist, en zeker een columnist, kan dus heel ver gaan. Wanneer je de juridische grenzen gaat opzoeken, neem je natuurlijk wel het risico dat iemand anders vindt dat je er overheen gegaan bent. Je hebt dan een reëele kans op rechtszaken wegens belediging, smaad of haatzaaien. En anoniem of onder pseudoniem bloggen biedt dan maar weinig bescherming.
 
Wat mag ik bij een parodie?
Een parodie is een werk waarin elementen uit een ander werk zijn overgenomen, samen met nieuwe elementen die daarmee een grappig contrast vormen. Je mag van de auteurswet een parodie maken op een werk, mits je maar niet meer overneemt dan je nodig hebt. Ook moet de parodie niet commercieel bedoeld zijn. Een reclamecampagne met een karikatuur van een bekend persoon is dus geen parodie. Zie voor meer informatie Auteursrecht en parodie.
 
Wat is het verschil tussen smaad en belediging?
Bij smaad gaat het om een specifieke beschuldiging ("Koop niet op Marktplaats.nl bij Jansen, want hij incasseert wel je geld maar stuurt de spullen niet op"). Een belediging is algemener en vager ("Jansen is een dief"). 
 
Wanneer is iets smaad?
Smaad
is het opzettelijk aantasten van iemands eer of goede naam door verspreiding van een bepaalde bewering. Doe je dat op je blog (in tekst of met een afbeelding), dan pleeg je smaadschrift. Nog een trapje verder heet laster: smaad of smaadschrift plegen terwijl je wist dat de bewering een leugen was. Het enkele feit dat de bewering waar is, is nog geen verdediging tegen een aanklacht wegens smaad! Er moet een goede reden zijn geweest om die bewering te doen. Rondbazuinen dat de buurvrouw veel drinkt, kan dus best smaad zijn ook al is het waar.
 
Artikel 262 | Sr, Boek 2, Titel 16   
Hij die misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt wetende dat te last gelegde feit in strijd met waarheid is wordt als schuldig aan laster gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van vierde categorie.
 
Wanneer is iets een belediging?
Niet elke vorm van kritiek of negatieve uitlating over iemand is een belediging. Belediging is een strafbaar feit. Er is geen precieze definitie, het hangt zeer sterk van het geval af. Iemand uitschelden is meestal een belediging. Ook grievende kritiek en onnodig kwetsende uitlatingen kunnen snel een strafbare belediging vormen. Dit geldt niet alleen wanneer je dit zegt tegen of schrijft naar de persoon in kwestie. Iets dergelijks op je blog zetten is ook belediging. Van belediging is geen sprake bij "gedragingen die ertoe strekken een oordeel te geven over de behartiging van openbare belangen." Het afkraken van een film is dus geen belediging voor de regisseur, tenzij dit ontaardt in een persoonlijke aanval. Naast de 'gewone' belediging bestaan er ook bijzondere beledigingen. Hieronder valt bijvoorbeeld belediging van de koningin of het hoofd van een bevriende staat. Ook specifiek verboden is belediging van een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging of hun hetero- of homoseksuele geaardheid. Een uitgebreide introductie over belediging en smaad is Geschokt, gekwetst, verontrust? van Harry Coerver. Wie echt wil weten hoe het zit, kan beginnen met het proefschrift Strafbare belediging van Alfred Janssens (1998).
 
Artikel 266 | Sr, Boek 2, Titel 16   
Elke opzettelijke belediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift draagt, hetzij in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding, hetzij iemand, in zijn tegenwoordigheid mondeling of door feitelijkheden, hetzij door een toegezonden of aangeboden geschrift of afbeelding, aangedaan, wordt, als eenvoudige belediging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
 
Wat is discriminatie?
Letterlijk betekent 'discriminatie' het maken van onderscheid. Het woord discriminatie wordt meestal gebruikt als het gaat over onderscheid op basis van ras, godsdienst, levensovertuiging of seksuele geaardheid. Onder "ras" valt ook huidskleur en nationale of etnische afkomst. Onderscheid maken op deze gronden is strafbaar als er geen objectieve rechtvaardiging voor is (art. 137c Wetboek van Strafrecht). Zo mag de regisseur van een historisch toneelstuk een zwarte vrouw weigeren voor de rol van Willem van Oranje op grond van het feit dat zij vrouw en zwart is. Dat past immers niet bij die rol. Maar haar een baan weigeren bij de belichting op die grond mag niet. In zakelijke berichtgeven een discriminerende of beledigende tekst weergeven is niet strafbaar. Je mag dus bijvoorbeeld citeren wat je op een racistische site gelezen hebt. Het is wel zo netjes om niet meer te citeren dan de lezer nodig zal hebben om te begrijpen dat het inderdaad racistische teksten betreft. De Hoge Raad besliste in 1997 dat het ontkennen van de Holocaust onder strafbare discriminatie viel (Verbeke-arrest).
 
>> voorbeeld <<
 
Wat is haatzaaien / aanzetten tot haat?
Het "aanzetten tot haat of discriminatie" tegen mensen is een strafbaar feit (art. 137d Wetboek van Strafrecht). Sinds Pim Fortuyn staat dit bekend als haatzaaien. Vaak gaan discriminerende uitlatingen op internet gepaard met het aanzetten tot haat.
 
Iemand structueel aanpakken op het Internet?
Het benadrukken van je website en om aandacht voor een bepaald persoon te vragen, dit met de bedoeling zo'n persoon te kwetsen of te beledigen, is een strafbaar feit en valt onder de noemer "belaging", beter bekend als "stalking".
 
Artikel 285b | Sr, Boek 2, Titel 18   
Hij die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer met oogmerk die ander te dwingen iets te doen niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt al aan belaging gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van vierde categorie. 
 
 
 
 
 
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1064


Het merkrecht
Maatschappij/Nationaal | 17 Augustus 2007 | 14:35:24
Om je website bij zo veel mogelijk mensen onder de aandacht te krijgen, is een mooie domeinnaam erg handig. En wat is er nu een mooiere domeinnaam voor een site die tegen Microsoft ageert dan 'microsoft-sucks.com'? Een probleem dat zich hierbij voordoet, is dat het woord 'Microsoft' een geregistreerd handelsmerk is. Dat wil zeggen dat niemand dat woord zomaar mag gebruiken, in ieder geval niet bij de verkoop van producten of diensten. Wie zijn eigen tekstverwerker verkoopt als "Microsoft Superword" pleegt merkinbreuk. Ook het gebruik van merknamen bij kritische sites wordt vaak gezien als merkinbreuk, met name door de bekritiseerde bedrijven. Volgens de Nederlandse wet is het ook niet toegestaan om een merk commercieel te gebruiken als daarmee afbreuk wordt gedaan aan de reputatie van het merk. Zo was er in 1981 een zaak voor de Hoge Raad van Philips tegen het blad de Haagse Post. Dit blad had een kritisch artikel gepubliceerd over de rol van Philips tijdens de Tweede Wereldoorlog, en gebruikte daarin natuurlijk de merknaam "Philips". Het probleem was echter dat zij ook het logo van Philips op de voorpagina voerden, met de sterretjes vervangen door hakenkruizen. De Hoge Raad oordeelde dat dit commercieel gebruik was van het logo (ook een merk), omdat dit slechts diende om de verkoop van het blad te stimuleren en niet nodig was voor de kritiek op het bedrijf. De vraag of gebruik van een merknaam in een domeinnaam nu nodig is om kritiek te leveren is erg lastig. Aan de ene kant is het daarmee direct duidelijk waar de kritiek over gaat, en wordt de informatie sneller gevonden. Aan de andere kant zijn er genoeg andere namen voor kritische sites te bedenken.
 
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 297


Anonimiteit
Maatschappij/Nationaal | 17 Augustus 2007 | 14:33:36
Een goede manier om je gelijk aan te tonen, is het gebruik van documenten uit dat bedrijf waarin bewijs staat voor je stelling. De Scientology-beweging wordt er bijvoorbeeld al jaren van beschuldigd dat zij haar tegenstanders met allerlei onfrisse praktijken probeert uit te schakelen. Om dit aan te tonen, gebruikten deze tegenstanders documenten van Scientology zelf, waarin bijvoorbeeld werd beschreven hoe rechtszaken kunnen worden gebruikt om iemand het leven zuur te maken. Deze documenten waren 'gelekt' door ontevreden leden, of via een rechtszaak openbaar geworden. Na publicatie van deze documenten op een aantal websites, startte Scientology rechtszaken tegen de eigenaren van die websites wegens schending van hun auteursrecht op die documenten. Zij hadden immers geen toestemming gegeven voor publicatie. De eigenaren pasten vervolgens hun websites aan en vervingen de documenten door zelfgeschreven kritische teksten met citaten uit die documenten. Voor het citeren uit andermans werk is geen toestemming nodig, dus er was nu niet langer sprake van inbreuk op het auteursrecht. Wie dus gelekte documenten integraal overneemt op zijn website, loopt daarmee het risico voor de rechter gedaagd te worden. Er is echter nog een risico, namelijk dat het 'lek' door de publicatie achterhaald kan worden. Een bekende truc om een lek op te sporen, is namelijk om alle verdachte medewerkers een iets andere versie van een document te geven, bijvoorbeeld met de bedragen in een tabel steeds iets gewijzigd. Vervolgens kijkt men op de website welke bedragen uit die tabel daar vermeld staan, en gaat na aan wie die versie gegeven is.
 
Undercover het Web op
Surfen op het World-Wide Web lijkt een van de meest anonieme manieren om informatie te vinden. Je hoeft de straat niet op, niemand ziet je, en er is geen winkelbediende of cassiere die je kan herkennen. Toch is het tegendeel juist het geval: de computersystemen die de informatie doorgeven, zijn in staat om veel meer te achterhalen over hun bezoekers dan welke winkel dan ook.
 
TCP/IP
Het Intenet werkt met het TCP/IP protocol om gegevens te versturen. Elke computer die op het Internet is aangesloten, heeft een eigen uniek adres, het IP-adres. Dit adres is nodig om te kunnen communiceren met die computer. Als een gebruiker op die computer bijvoorbeeld de URL van een webpagina intoetst, zoekt de browser het IP-adres van de corresponderende webserver op en legt hij daar een verbinding mee. De server ontvangt dan een verzoek om een bepaalde webpagina. Aan de hand van het IP-adres van de afzender kan hij de webpagina dan weer terugsturen. Een efficient systeem, maar weinig privacy-gevoelig. De webserver kan immers bijhouden vanaf welke IP-adressen hij verzoeken ontving, en om welke webpagina's het ging. De meeste webservers gebruiken deze informatie alleen om statistieken samen te stellen, maar als bekend is welke gebruiker welk IP-adres heeft, kunnen natuurlijk precies de gangen van die gebruiker worden nagegaan. Hierbij doet zich een klein probleempje voor. Een IP-adres identificeert alleen een computer, niet een gebruiker. En omdat de meeste providers gebruik maken van dynamisch toegewezen IP-adressen, waarbij gebruikers bij elke keer inbellen een ander IP-adres krijgen, is het zelfs niet zeker dat hetzelfde IP-adres op verschillende momenten naar dezelfde computer verwijst. Een veelgebruikte techniek om toch gebruikers of bezoekers afzonderlijk te kunnen volgen, is het aanbieden van een `cookie' met een uniek nummer bij het eerste bezoek. De browser zal dan bij elke volgend verzoek om een pagina het cookie weer terugsturen. Aan de hand van het unieke nummer daarin kan de server verschillende verzoeken relateren aan eenzelfde bezoeker. Sommige sites plaatsen dit unieke nummer ook wel in de URL, zodat bezoekers ook kunnen worden getraceerd als ze geen cookies accepteren. Dit heeft echter het nadeel dat elke pagina dynamisch moet worden gegenereerd, omdat immers dat nummer steeds in alle pagina's moet worden ingevuld, en dat maakt de site trager. Een aantal sites biedt gebruikers de mogelijkheid om zich te registreren. Gebruikers kunnen dan, na zich geïdentificeerd te hebben middels een usernaam en een wachtwoord, persoonlijke voorkeuren instellen, hun eigen collectie links aanmaken of nieuws op maat ontvangen. Via deze registratie heeft de website echter ook de mogelijkheid om de gangen van die gebruiker precies na te gaan, omdat nu immers elke keer een usernaam meegestuurd wordt.

Cookie cutting
Een voor de hand liggende oplossing is dan ook om geen cookies te accepteren en altijd sites te bezoeken zonder registratie. De meeste browsers bieden de mogelijkheid om het accepteren van cookies uit te zetten, en er zijn diverse programma's verkrijgbaar die het mogelijk maken om effectief cookies te weren. Het volledig uitzetten van cookies heeft als nadeel dat een aantal sites niet meer werken. Speciale programma's bieden de mogelijkheid om per site te kiezen of er wel of geen cookies geaccepteerd mogen worden, zodat nuttige sites nog steeds bruikbaar blijven. Hiermee is het browsen al een stuk anoniemer geworden, maar de webserver kan nog steeds het IP-adres van de computer van de gebruiker achterhalen. En ook zonder cookies is het mogelijk om met enig giswerk een gebruiker te identificeren. Hierbij gaat men er van uit dat diverse verzoeken vlak na elkaar, die afkomstig zijn van hetzelfde IP-adres, door dezelfde gebruiker zijn gedaan. Wie een webpagina opvraagt, zal meesatl ook de plaatjes op die webpagina opvragen. Dit gebeurt vrijwel direct nadat de webpagina opgevraagd is. Het is dus redelijk om aan te nemen dat een verzoek om een plaatje, vlak na een verzoek om een webpagina, van dezelfde persoon komen. Op dezelfde manier kan men concluderen dat twee verzoeken om webpagina's die vlak achter elkaar plaatsvinden van dezelfde persoon komen, als ze van hetzelfde IP-adres afkomstig zijn. Dit ligt helemaal voor de hand als de eerste pagina een link bevat naar de tweede.

Verstoppertje
Op het eerste gezicht lijkt het er op dat er geen enkele manier is om effectief anoniem te browsen. Als een verzoek wordt verstuurd zonder IP-adres van de afzender, kan de webserver de betreffende pagina niet terugsturen, en als het IP-adres wel wordt meegestuurd, kan de webserver de gebruiker volgen. De oplossing is echter simpel: laat een ander de pagina ophalen.Bedrijven maken vaak al gebruik van zogeheten proxyservers. Deze bevinden zich tussen het bedrijfsnetwerk en het Internet. Computers binnen het bedrijf sturen hun verzoeken naar de proxyserver. Deze haalt de pagina op en geeft deze weer door aan de computer die het oorspronkelijke verzoek deed. De webserver ontvangt het verzoek nu dus van de proxyserver. Aangezien nu echter alle verzoeken uit het hele bedrijf door één proxyserver worden gedaan, kan de webserver deze informatie niet koppelen aan individuele gebruikers. Ook sommige providers bieden de mogelijkheid tot het gebruik van een proxy. Deze is echter vooral bedoeld om het browsen te versnellen. De proxy kan immers elke pagina die hij ophaalt lokaal bewaren, en als dan een tweede gebruiker diezelfde pagina wil hebben, kan de proxy deze direct doorgeven zonder dat er weer een verbinding met de server moet worden gelegd. Echter, deze proxies geven echter vaak wel de informatie uit het oorspronkelijke verzoek door.

Anonieme proxy
Er zijn inmiddels diverse diensten die anonieme proxies aanbieden. Deze fungeren zoals hierboven beschreven als proxy, maar zijn er voroal op gericht om alle informatie over gebruikers te verbergen. Zij zullen dus nooit informatie uit het oorspronkelijke verzoek doorgeven. De figuur toont een netwerk met een anonieme proxy. Twee gebruikers (links) sturen verzoeken naar de proxy. Deze stuurt beide verzoeken anoniem door naar de webserver (rechts). Deze denkt nu dat de proxy twee pagina's wil opvragen, en stuurt beide pagina's terug. De proxy zorgt er voor dat de pagina's weer bij de gebruikers terechtkomen. De webserver kan dit echter niet nagaan. Sommige websites gebruiken allerlei trucs om ondanks dit soort diensten toch informatie te achterhalen over gebruikers. Naast het al genoemde verwerken van unieke nummers in de URL zijn er ook allerlei (Java)scripts in omloop die informatie terugsturen naar een server. Een goede anonieme proxy kan dergelijke scripts uit de webpagina filteren voor deze bij de gebruiker aankomt. Sommige proxies vereisen registratie, omdat het onderhouden van een dergelijke dienst nu eenmaal een kostbare operatie is. Bovendien wordt er nog wel eens misbruik gemaakt van de anonimiteit die een dergelijke dienst biedt. Hiermee wordt gelijk een heikel punt duidelijk: alhoewel nu geen enkele webserver meer iets kan achterhalen over de gebruiker, weet de anonieme proxyserver nu alles. Een webserver kan alleen maar zien welke pagina's op die server de gebruiker bekijkt, maar een anonieme proxy krijgt alle verzoeken binnen, voor alle webservers die de gebruiker wil bezoeken. Het is een kwestie van vertrouwen of de anonieme proxy deze gegeevns niet zal misbruiken.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 600


Smaad en parodie
Maatschappij/Nationaal | 17 Augustus 2007 | 14:29:12
Een parodie is een humoristisch werk waarin een ander werk belachelijk wordt gemaakt. Dat kan natuurlijk ook met een persoon: denk aan de parodieën op bekende politici of een pastiche van de schrijfstijl van een bepaalde schrijver. Deze kan de parodie natuurlijk als belediging of zelfs smaad ervaren. De grens is ook hier weer lastig te trekken. Zeker bekende personen moeten "ergens tegen kunnen". Maar wanneer de parodie niet duidelijk als grap herkenbaar is, maar bijvoorbeeld serieus probeert iemand anders -en beledigend- neer te zetten, kan er sprake zijn van een onrechtmatige parodie. Zo werden bijvoorbeeld in 1994 negatieve uitlatingen over house-muziek van een dominee op de radio verwerkt in een house-nummer. Omdat de citaten sterk verknipt en vervormd waren, kwamen zijn uitspraken absurd over waardoor hij voor gek gezet werd. De rechter vond dat dit de goede naam van de dominee aantastte.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 227


Criteria
Maatschappij/Politiek | 17 Augustus 2007 | 14:27:55
Het is erg moeilijk om een algemene regel te geven over de vraag of iets smaad, laster of een belediging is. Uit de rechtspraak blijkt dat er altijd een afweging gemaakt wordt. Hoe verhoudt de uitspraak zich tot de feiten (is het waar maar overdreven, helemaal niet waar), hoe belangrijk was het om dit te vertellen, en in wat voor onderlinge positie zitten de partijen. Het is lang niet altijd zo eenvoudig als "een agent een rat noemen is belediging van een ambtenaar in fucntie". Zo vond de rechter in 2005 het een belediging om de directeur van het Erasmus Dierexperimenteel Centrum een dierenbeul te noemen. Deze directeur stond met naam en foto op een website, waar ook verzonnen citaten zoals "voor mijn 'werk' martel ik zoveel dieren" bij gezet waren. Alhoewel er wel degelijk op dieren getest werd in dit centrum, bleek deze directeur zich juist in te zetten voor alternatieven daarvoor. Daarom kwam de rechter in de belangenafweging tot de conclusie dat hier sprake was van belediging. Het Dagblad Tubantia liet zich in februari 2006 kritisch uit over een alternatieve geneeswijze voor kanker, en werd door de bedenker van die geneeswijze gedaagd wegens laster. De rechter oordeelde "gezien de grote hoeveelheid vrij toegankelijke gegevens kan als van algemene bekendheid worden beschouwd, dat [Eiser] en zijn cellulaire geneeskunde plus de door hem beweerde wetenschappelijke doorbraak sterk omstreden zijn en een geur van kwakzalverij afgeven." Op grond daarvan kwam de rechter tot de conclusie "De artikelen bevatten geen onvertogen woord en zijn ook niet feitelijk onjuist. De toonzetting is ingehouden kritisch, maar dat mag gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor over [Eiser] en zijn omstreden pretenties heeft vastgesteld." De krant werd dan ook vrijgesproken.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 212


De waarheid
Maatschappij/Nationaal | 17 Augustus 2007 | 14:26:53
Veel mensen denken dat zolang je maar geen leugens vertelt, je uitlatingen geen smaad kunnen zijn. Dat is onjuist. Een ware bewering ("Jansen is een dronkelap") kan ook smaad zijn. Het criterium is tenslotte of met de bewering Jansen's eer of goede naam wordt aangetast. En als niemand overlast heeft van Jansen's drankgebruik, wordt door die bewering zijn goede naam zeker aangetast. Wat wel een geldig excuus is, is dat het in het algemeen belang is om de bewering te doen. Als Jansen bijvoorbeeld zich er op laat voor staan tegen drankmisbruik te zijn, is het gerechtvaardigd om te melden dat hij zelf regelmatig veel drinkt. Hetzelfde geldt als Jansen door zijn drankmisbruik problemen veroorzaakt.  Als de verteller weet dat het niet waar is wat hij vertelt, dan heet het laster.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 207


Smaad en belediging
Maatschappij/Nationaal | 17 Augustus 2007 | 14:24:55

Een belediging is een algemene negatieve uitlating over een persoon. Bij smaad wordt de uitlating specifiek en is het doel de eer of goede naam van die persoon aan te tasten. Wie zegt, "Jansen is een dief", beledigt Jansen. Smaad zou zijn "Koop niet op Marktplaats.nl bij Jansen, want hij incasseert wel je geld maar stuurt de spullen niet op". Meer uitgebreide introducties over belediging en smaad zijn Geschokt, gekwetst, verontrust? van Harry Coerver, en Belediging, smaad en laster op Bescherm Jezelf. Wie echt alle juridische details wil weten, kan beginnen met het vierhonderd pagina's tellende proefschrift Strafbare belediging van Alfred Janssens (1998).

 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 209


Mening of smaad?
Maatschappij/Nationaal | 17 Augustus 2007 | 14:23:38
Het staat iedereen vrij zijn mening te geven over een bepaald onderwerp, dus ook over bijvoorbeeld de service bij een winkel of het gebruik van goedkope arbeiders in derdewereldlanden door een bedrijf. Actiegroepen doen dit al jaren, en of het nu via een poster, een folder of een website gebeurt maakt niet uit. Die mening moet, voorzover het gaat over feitelijke zaken, natuurlijk wel kloppen. Als een bedrijf gebruik maakt van kinderarbeid, mag dat best gemeld worden. Echter, als iemand dat beweert terwijl het niet waar is, is het imago van dat bedrijf onterecht geschaad. En wie een ander schade toebrengt, moet deze vergoeden. Het zal echter vaak niet meevallen om aan te geven waar een feit ophoudt en een mening begint. Vaak gaat het om de interpretatie van dat feit, bijvoorbeeld bij de vraag of er sprake is van kinderarbeid, of bij de vraag of de omstandigheden waarin varkens worden vetgemest acceptabel zijn of niet. De houder van die varkens zal van mening zijn dat dat het geval is, de actievoerders beweren het tegenovergestelde.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 190


Naming & Shaming
Maatschappij/Nationaal | 17 Augustus 2007 | 14:18:53
Biedt het huidige voor Nederland geldende recht afdoende mogelijkheden voor de bescherming tegen onrechtmatige en inbreukmakende uitingen op internet? Wat zijn indien nodig de eventuele alternatieve mogelijkheden om onrechtmatige en inbreukmakende uitingen op internet te kunnen reguleren? Het antwoord deze probleemstelling verschilt per situatie. Zowel een onrechtmatige uiting als een inbreukmakende uiting worden gezien als een onrechtmatige daad. Voor puur nationale aangelegenheden wordt dit gereguleerd door art. 6:162 BW en binnen de EU door de EEX Verordening:
 
Een onrechtmatige of inbreukmakende uiting op internet die een onrechtmatige daad binnen Nederland oplevert, wordt gereguleerd door art. 6:162 BW. Op basis van deze bepaling heeft de benadeelde verschillende mogelijkheden, zoals schadevergoeding of rectificatie, om zijn nadeel te compenseren. Een internationale onrechtmatige daad binnen de EU wordt gereguleerd door de EEX-Verordening. Op grond van art. 5 sub 3 EEX en het Kalimijnen arrest kan een onrechtmatige daad ook worden berecht op de plaats waar de schade zijn uitwerking heeft. Op basis van de beschikbare literatuur en de zaken Dow Jones vs. Harrods en Dow Jones vs. Gutnick is de EEX-Verordening ook op internet van toepassing. Om een vordering op grond van onrechtmatige daad te kunnen instellen is wel vereist dat de identiteit van de persoon die de onrechtmatige of inbreukmakende uiting doet bekend is. Hiervoor is vereist, dat de service provider van de abonnee die de inbreuk pleegt de NAW-gegevens vrij geeft. Op grond van de E-Commerce Richtlijn en het art. 6:196c BW heeft men de bevoegdheid om bekendmaking van deze gegevens te eisen.
 
De oergedachte van het internet was ooit ‘The Free Flow of Information’. Aan deze gedachte kan binnen de Nederlandse wetgeving niet meer worden voldaan.
 
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 260


Home   weblog sinds: 2007-08-16

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.